Een goed begin is het halve werk! Voordat jullie aan de slag gaan, nemen jullie de tijd om elkaar te leren kennen en verwachtingen af te stemmen. Maak ook meteen praktische afspraken over jullie samenwerking.

Jullie eerste sessie

Leer elkaar kennen: 

Praat gerust en toon interesse in persoonlijke onderwerpen, maar wees niet te intiem. Voorbeelden van vragen:

  • Hoe ziet je week eruit?
  • Wat zijn je hobby’s?
  • Met wie woon je?
  • Wat doe je vaak in het weekend?
  • Welke spelletjes speelde je vroeger?
  • Wat vind je bijzonder aan je eigen land?

Let op: wat persoonlijk is, verschilt per collega. Vermijd gevoelige onderwerpen. Oefen samen een paar gesprekjes en bespreek hoe dat voelt. In het begin hoeft het gesprek nog niet over het werk te gaan.

Stem verwachtingen af:

  • Wees duidelijk over het Taalbuddy-programma op de werkvloer: jullie oefenen de taal op de werkvloer. De taalbuddy is geen docent en geen vervanger van taallessen aan een taalschool.
  • Verwacht geen grote vooruitgang in korte tijd.
  • Fouten maken mag! Jullie leren het meest in een veilige omgeving waarin ruimte is om te oefenen en te proberen.
  • Eigen oplossingen worden gewaardeerd.
  • Verwijs naar instanties of HR als dat beter past, en raadpleeg bij twijfel je leidinggevende of vertrouwenspersoon.


Maak praktische afspraken:

  • Waar vindt de begeleiding plaats? Tijdens het werk of liever op een vast moment in de week?
  • Wanneer en waar spreken jullie elkaar?
  • Hoe meld je je eventueel af (via e-mail, WhatsApp of telefonisch)?
  • Hoe evalueren jullie? Kijk na elk gesprek even kort terug.
  • Vertrouwelijkheid: Wil je iets over het traject met je leidinggevende bespreken, stem dit dan af met je collega of vraag of hij/zij erbij aanwezig wil zijn.
  • Bespreek jullie werkwijze ook met het team, zodat iedereen op de hoogte is.


Inwerken

  1. De taalbuddy kan een rondleiding geven en vragen stellen zoals: 
  • Ken je dit?
  • Heb je hier al eens mee gewerkt?

Zo ontdekt de taalbuddy wat later samen geoefend kan worden.


      2. Laat zien hoe iets werkt en demonstreer zoveel mogelijk. Toon bijvoorbeeld hoe een machine of een computerprogramma werkt. Pauzeer regelmatig, maak oogcontact en let op non-verbale signalen.

Check het begrip met open vragen zoals:

  • Wat ga je doen?
  • Wanneer begin je daarmee?
  • Waar moet je dit neerleggen?
  • Hoe ga je dit gebruiken?

Basistips voor de taalbuddy

Er is geen standaard 'juiste' aanpak voor taalcoaching. Maar er zijn wel 6 basistips die voor jou als taalbuddy handig zijn.


1. Werk doelgericht en vanuit praktijksituaties.

Stel samen met je collega een concreet oefendoel vast en oefen in praktijksituaties die daarbij passen. Zo sluit het oefenen direct aan op wat je collega nodig heeft op de werkvloer.


2. Wees geduldig en herhaal veel.

Wees realistisch en heb geduld. Taal leren gaat stap voor stap. Herhaal regelmatig woorden en situaties van eerdere sessies, herhaling zorgt voor vertrouwen en beter onthouden.


3. Focus op spreken en luisteren.

Laat je collega zoveel mogelijk aan het woord. Oefen samen met korte gesprekjes over herkenbare situaties. Herhalen en nazeggen zijn prima manieren om te oefenen met uitspraak en zinsbouw.


4. Geef het goede voorbeeld en controleer of je collega je begrijpt.

Fouten maken hoort bij het leren van een taal. Verbeter fouten niet direct, maar zeg zelf de juiste vorm, net zoals je dat bij kinderen zou doen. Zo blijft het gesprek positief en voorkom je spreekangst. Controleer ook regelmatig of je collega je goed heeft begrepen. Stel open vragen om te horen wat hij of zij heeft opgepikt, en benadruk dat vragen stellen mag, maar juist heel belangrijk is.


5. Praat natuurlijk en benadruk wat goed gaat.

Praat op een natuurlijke manier en geef veel complimenten. Gebruik correcte zinnen, spreek rustig en duidelijk, en benoem vooral wat goed gaat.


6. Vermijd de cultuur-valkuil.

Ga er niet van uit dat bepaald gedrag of een miscommunicatie per definitie cultureel bepaald is.  Je collega is meer dan haar of zijn culturele achtergrond.

Coachen 

Kijk in de video’s naar de manier waarop feedback wordt gegeven.

Opdracht 2

Opdracht 2


Jullie doen deze opdracht voor de terugkomsessies.


Kies samen een werkvorm uit ‘Woorden oefenen’ of ‘Gesprekken oefenen’ die jullie willen gebruiken tijdens de sessies.


Tijdens de online terugkombijeenkomst gaan we jullie keuze samen bespreken.