Het naspelen van een situatie uit de werkpraktijk is een goede manier om woorden te oefenen. Je anderstalige collega moet goed luisteren, zelf spreken en jullie ervaren samen welke oplossing past bij de situatie. Zo oefenen jullie heel gericht met de vaktaal die belangrijk is op jullie werkvloer.

Werkvormen en taalspelletjes

Maak een woordspin: Kies samen met je collega een thema waar hij of zij veel over weet of graag meer over wil leren. Schrijf het thema in het midden en verzamel zoveel mogelijk woorden die bij dit thema passen eromheen.


Hang woorden op: Vraag je collega om elke week een aantal woorden op te schrijven en deze met een papiertje op te hangen op de werkplek. Vraag je collega om de woorden te oefenen en bespreek dit de volgende keer.


Maak foto's: Maak een foto van je werkplek of omgeving. Vraag je collega om zoveel mogelijk te beschrijven wat er op de foto's staat.


Welk woord bedoel ik? Geef een omschrijving van een woord. Laat je collega raden welk woord je bedoelt.


Woordslang: Zeg een woord en laat je collega een nieuw woord bedenken dat begint met de letter waarop jouw woord eindigt.


Praatplaat: Een praatplaat is een tekening/plaatje/foto waarop er heel veel gebeurt. Je vindt ze op Google. Je kunt ook je eigen praatplaat maken met je collega.


Alle woorden met de letter... Laat je collega alle woorden die hij of zij kent met een bepaalde letter opnoemen. Je kunt hier ook goed Pim Pam Pet voor gebruiken, als je die nog in de kast hebben liggen.


Ik ga op reis en ik neem mee.... Je kunt hier ook een thema-variant op bedenken, zoals: "Ik ga lunchen en ik eet...". Uitdagend: combineer twee woorden, bijvoorbeeld kleuren en kleding:

    "Ik sta voor de kledingkast en ik kies een gele broek".


Memory: Je kunt samen memory spelen en steeds benoemen wat er op het memorykaartje staat.


Total Physical Response: (TPR) leent zich goed voor mensen die beginnen met Nederlands leren. De werkvorm houdt in dat je opdrachten geeft aan je deelnemer en deze vervolgens ‘fysiek’ uitgevoerd worden. Vertel je deelnemer dat hij of zij een paar opdrachten krijgt die hij of zij heel precies moet uitvoeren.  Je geeft elke opdracht eerst zonder gebaar en daarna met gebaar.

Bijvoorbeeld: "loop naar de deur" (zonder gebaar) Vervolgens: "loop naar de deur" (terwijl je naar de deur loopt). Of: “Kom hier” (zonder gebaar) en daarna “Kom hier” (met wenkend gebaar). Of: “Ga staan” (zonder gebaar) en daarna “Ga staan” (met gebaar dat je opstaat). Klik hier voor wat filmpjes over TPR.

Tips voor beginners

Het is geweldig als de anderstalige collega meteen na aankomst in Nederland op de werkvloer kan starten met een taalbuddy.  Het kan een uitdaging zijn voor de Taalbuddy om iemand te begeleiden die nog helemaal geen Nederlands spreekt. Hoe pak je dat aan, zonder dat je op de stoel van een taaldocent gaat zitten? Bij absolute beginners is het doel van de taalsessies net iets anders dan bij collega’s die al wat Nederlands kennen. Het gaat in de eerste plaats om contact maken en om een start te maken met de taal.


Wat kun je doen?

1. Contact maken
Jij bent misschien een van de eerste Nederlandstalige contacten van je collega. Zorg er daarom voor dat jullie ontmoetingen gezellig en ontspannen zijn.

2. Introductie geven
Bied een vriendelijke kennismaking met het bedrijf, het team, de (werk)cultuur, de Nederlandse samenleving en natuurlijk de taal. Er komt veel op je collega af; jij helpt dit overzichtelijk en behapbaar te maken.

3. Begin klein: eerste woorden en zinnen
Verwacht geen lange gesprekken. Start met losse woorden (en herhaal veel!) en ga daarna over op korte zinnetjes. Houd het luchtig en haalbaar voor jullie beiden.

4. Wennen en zelfvertrouwen opbouwen
Door met jou te oefenen, raakt je collega gewend aan Nederlandse woorden, begrippen en het ritme van de taal. Dat helpt om meer vertrouwen te krijgen en ook met anderen Nederlands te durven spreken.

5. Geen taalles geven
Het maakt niet uit welk niveau je collega heeft: je bent geen taaldocent. Als je collega nog geen Nederlands spreekt, kan het verleidelijk zijn om er een “les” van te maken. Bespreek daarom vooraf samen wat de verwachtingen zijn en wat het doel van het taalbuddytraject is.


Doe-tip

Leg de (belangrijkste) vaktaal vast in een digitaal document. Voeg waar mogelijk beeldmateriaal toe. Zo ontstaat een 'Handboek' met vaktaal die nuttig/nodig is in jullie bedrijf. Ook handig voor nieuwe anderstalige collega's later.