“Taal is overal,” zegt Miro, werkzaam bij Rietman Schoonmaakdiensten. Regelmatig in de kantine tussen zijn collega’s. Om hem heen wordt veel Nederlands gesproken: grapjes, kleine gesprekken. Voor veel mensen vanzelfsprekend, maar voor Miro voelde het lang anders. Al die woorden om hem heen maakten hem zenuwachtig. Wat moet ik zeggen? En hoe zeg ik het goed?

Een stap vooruit

Via Taalbuddy’s op het werk werd Miro gekoppeld aan zijn collega Carla. Eén uur per week, onder werktijd, oefenen ze samen Nederlands. Geen klaslokaal, geen toetsen, maar echte gesprekken. Over werk, over het dagelijks leven en over alles wat daarbij komt kijken.

In het begin was het spannend om Nederlands te spreken voor Miro. Maar al snel merkte hij verschil. Hij begint nu eenvoudiger een gesprek, voelt zich zekerder en praat makkelijker met vreemde mensen. “Dank je wel Carla voor je correcties zodat ik beter Nederlandse zinnen maak.”

Taal en contact

Voor Carla is het taalbuddy zijn meer dan iemand helpen met de Nederlandse taal. Het gaat om contact. Ze merkt dat de gesprekken steeds persoonlijker worden. “Ik heb van hem geleerd wat er bij hem speelt. Je leert elkaar op een ander niveau kennen, niet alleen als collega maar als menszijn. En dat hij mij in vertrouwen neemt. Taal opent echt de mogelijkheden om je uit te spreken.” 

Tijdens de sessies oefenen ze heel praktisch op uitspraak. Miro vertelt: “Als ik fouten maak, dan helpt zij mij om te corrigeren." Carla ziet hierdoor veel verandering bij Miro: “Ik ben super trots op je als ik zie dat je meer gesprekken aangaat als vanzelf."

Een klein gebaar

Carla ziet hoe gemotiveerd Miro is om te oefenen. “De bereidwilligheid is hoog. Het is een verrijking.” Ze is dan ook dankbaar voor de RAS voor het faciliteren van het programma.

“Ik kan niet iedereen helpen, maar iedereen kan wel één iemand helpen,” zegt Carla. En precies dát is wat Taalbuddy’s op het werk laat zien: met een klein gebaar kan je voor een collega een wereld aan mogelijkheden openen.